Omzetting Single Use Plastics richtlijn: regeringen zijn begonnen aan eerste lezing van het ISA

 

Bedrijven die verpakte producten op de Europese markt brengen, zullen vanaf 1 januari 2023 de zwerfvuilkost moeten dragen van hun verpakkingen, zo stelt de Europese Single Use Plastics richtlijn. Voor de implementatie in de Belgische wetgeving zijn de drie gewesten begonnen met de eerste lezing van de ontwerptekst van het Interregionaal Samenwerkingsakkoord (ISA).  Voor Fost Plus is deze tekst echter vooralsnog niet afdoende. 

De ‘Single Use Plastics Directive’ (SUP) stelt dat producenten van bepaalde kunststofverpakkingen vanaf 2023 verantwoordelijk worden voor de zwerfvuilkost gelinkt aan hun producten, wanneer deze in het zwerfvuil terug te vinden zijn. Concreet wil dat zeggen dat de kosten gelinkt aan het opruimen en verwerken van en sensibiliseren rond zwerfvuil doorgerekend zullen worden aan de betreffende bedrijven. 

België is daarbij nog ambitieuzer en trekt de lijn door voor enerzijds alle verpakkingen  en anderzijds alle producten die in het zwerfvuil terug te vinden zijn. 

 

Proefprojecten op lokaal niveau

Hoewel de SUP-richtlijn tegen 3 juli 2021    in de Belgische wetgeving omgezet diende te worden, is er vandaag nog geen duidelijkheid. Zo laat de huidige versie van de tekst nog steeds de mogelijkheid aan de lokale besturen om te opteren voor een klassiek heffingssysteem dan wel een gecoördineerde aanpak via een collectieve organisatie. 

In dat opzicht hadden wij eind 2021 al de ambitie uitgesproken om een samenwerkingsmodel tussen steden en gemeentes en Fost Plus op te zetten om het lokale zwerfvuilbeleid succesvoller te maken. Deze aanpak moet bovendien toelaten toe om de hefbomen van het bestaande systeem te gebruiken om de verpakkingen die in het zwerfvuil en in de openbare vuilnisbakken terechtkomen, in de recyclageketen te brengen. 

Wij zijn er immers van overtuigd dat een loutere heffing onvoldoende impact zal hebben op het zwerfvuil, noch wat betreft de openbare netheid, noch wat betreft de efficiëntie in aanpak. Er is immers geen incentive op lokale inspanningen. In sé komt dit neer op een blanco cheque door de industrie zonder enige inspraak in hoe de middelen ingezet worden om het zwerfvuil daadwerkelijk te doen dalen. 

In die zin hebben we enerzijds, samen met sectorfederaties Comeos en Fevia, onze bezwaren geuit bij de bevoegde overheidsinstanties. Dat heeft ons echter niet tegengehouden anderzijds al om proefprojecten op te starten in Vlaanderen en Wallonië. Deze moeten toelaten om kennis op te doen op het terrein om op termijn tastbare resultaten van zo’n gecoördineerde aanpak voor te leggen richting ons gezamenlijke doel: een daling van het zwerfvuil. 

 

Nood aan een transparante, realistische berekening

Het is evident dat de verpakkende bedrijven hun verantwoordelijkheid verder blijven opnemen in de strijd tegen zwerfvuil. Maar de factuur daarvoor dient onderbouwd te worden. Het bedrag dat echter vandaag in de huidige versie van het ISA naar voor geschoven wordt (189 miljoen euro) is onevenredig en onvoldoende transparant. 

Daarbij komt dat de SUP bepaalt dat de kosten die aan de producten dienen worden aangerekend de weerspiegeling moeten zijn van diensten die op kostenefficiënte wijze verleend zijn. Het ISA vermeldt echter de reële kosten, die ook handhaving omvatten. Tot slot, het feit dat de geclaimde opruimkost per inwoner in onze buurlanden aanzienlijk lager   ligt dan de bedragen die hier circuleren, is voor ons een bijkomende indicatie dat hetgeen men wil aanrekenen aan het Belgische bedrijfsleven disproportioneel is. 

Bijkomend dient daarbij ook bepaald te worden wanneer de eerste betaling verschuldigd is. De buurlanden hebben al gekozen voor een betaling in het kalenderjaar na het referentiejaar. 

We zijn er dan ook van overtuigd dat het beter kan én moet. En dat een gecoördineerde aanpak toelaat om tastbare resultaten op het terrein te verwezenlijken zodat het zwerfvuil, en dus ook de zwerfvuilkost voor de bedrijven, kan dalen. 

 

Volgende stappen

De drie gewesten zijn begonnen met de eerste lezing op van het ontwerp van het ISA op het niveau van de regeringen. Dit proces moet binnen enkele maanden uitmonden in een adoptie door de regionale parlementen.  Verschillende adviesorganen op lokaal niveau krijgen nu de kans om hun aanbeveling te brengen. Zo zal in Vlaanderen onder meer de Sociaal-Economische Raad en de Milieu- en Natuurraad geconsulteerd worden. 
In Wallonië zal Le Pôle Environnement en Brupartners voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest   geconsulteerd worden.
 
We werken zelf verder aan een billijke allocatie van de zwerfvuilfactuur, maar hekelen de onduidelijkheid die bestaat over het bedrag dat uiteindelijk zal verdeeld worden en het tijdstip waarop dat zal moeten gebeuren. Wij houden de vinger aan de pols.